Christelijke Gereformeerde Kerk – Gorinchem

Immanuël – God met ons

Onze roots

Reeds in 1925 konden verschillende broeders en zusters in en rond Gorinchem zich niet meer verenigen met de zuiverheid der leer, welke in de Gereformeerde en Hervormde Kerken werd gepredikt. Door enkele broeders, waaronder P. v.d. Meijden (de latere koster) en Trappenburg uit Noordeloos, werd het initiatief genomen om predikanten van de Christelijke Gereformeerde Kerken uit te nodigen en om in een zaaltje van de Coöperatie boven het Asta theater in de Westwagenstraat (het huidige doe-het-zelfcentrum “DE TOREN/DOE LAND”) op woensdagavond kerkdiensten te houden. Al vrij spoedig kwamen er op zo’n avond honderden mensen, waardoor het vaak door ruimtegebrek niet mogelijk was om te collecteren.
Na verloop van tijd ontstond de behoefte om in het kerkverband van de Christelijke Gereformeerde Kerken te worden opgenomen. Dit verzoek werd in de voorjaars-classisvergadering in april 1929 besproken met als resultaat, dat in Gorinchem tot instituering van een Christelijke Gereformeerde Kerk kon worden overgegaan. Dit gebeurde op 6 mei 1929 onder voorzitterschap van de consulent uit Sliedrecht, ds. Riekel.

De eerste kerkenraadvergadering vond plaats op 7 mei 1929 onder leiding van ds. Riekel. Inmiddels was er in de Torenstraat een zaal gehuurd (het oude militaire tehuis) waar de kerkdiensten en vergaderingen konden worden gehouden. Besloten werd om dit gebouw voor vijf jaar te huren met recht van koop.

In die beginperiode kwamen in vrijwel alle kerkenraadvergaderingen broeders of zusters vragen zich met hun kinderen te mogen aansluiten bij de Christelijke Gereformeerde Kerk. Het werd al snel noodzakelijk om catechetisch onderwijs voor de kinderen in te stellen. De in Gorinchem wonende ds. G.W. Alberts werd verzocht catechetisch onderwijs te gaan geven. Besloten werd hiervoor fl. 1,- per les te betalen. Tijdens de kerkenraadvergadering van 6 september 1929 werd met ds. Alberts afgesproken dat hij in de weekdiensten zou voorgaan en ook zoveel mogelijk op zondagen. Ds. Alberts is echter slechts kort in de gemeente werkzaam geweest.

In zijn vergadering van 15 maart 1932 besloot de Kerkenraad een bouwfonds op te richten. De broeders dachten waarschijnlijk: “Regeren is vooruitzien”. De broeders hadden wel moed.
Uit het verslag van de Penningmeester bleek dat het boekjaar 1932 was afgesloten met een batig saldo van f 77,09.

Ook het beroepen van een eigen Herder en Leraar had al enige tijd de aandacht van de gemeente en kerkenraadsleden. In oktober 1932 werd een tweetal gesteld, te weten ds. P. de Groot te Amersfoort en ds. J.P. Meijering te Zwijndrecht. Ds. De Groot werd beroepen, doch deze predikant gaf na enige tijd te kennen het beroep niet te kunnen aanvaarden.

Op zaterdag 27 april 1933 werd van ds. P. de Groot een brief ontvangen, dat hij geen vrede had met het bedanken voor zijn beroep naar de gemeente Gorinchem. Een eventueel tweede beroep zou hij niet afwijzen. Eén en ander had tot gevolg, dat ds. De Groot op dinsdagavond 22 augustus 1933 zijn intrede deed in onze gemeente. Er was onder de gemeenteleden grote dankbaarheid dat zij als betrekkelijk kleine gemeente een eigen Herder en Leraar in hun midden hadden. Ds. P. de Groot diende de gemeente van 1933 tot eind januari 1938. Tijdens deze periode nam het kerkelijk leven wat meer vaste vormen aan en groeide de gemeente.

In de ledenvergadering van 15 februari 1933 werd overeengekomen een nieuwe zaal in de Boerenstraat te betrekken. Met twintig tegen drie stemmen werd besloten de zaal te huren van de Pluimveevereniging. In juli 1934 werden tegen een geringe prijs stoelen en banken overgenomen van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Rotterdam.

Op 15 april 1935 werd “De Kapel” in de Arkelstraat in gebruik genomen. De huur bedroeg toen f. 550.- per jaar. Eén en ander had wel een voorgeschiedenis en gebeurde niet zo maar. De toenmalige burgemeester Kootstra was voor toewijzing van de Kapel aan onze gemeente, doch de gemeenteraad was verdeeld. Uiteindelijk gaf de socialist A. Swaters (een bekende Gorkummer en jarenlang wethouder) de doorslag met de hem kenmerkende woorden: “Gun die mensen toch hun kerk.” Zo werd dus met de steun van de socialisten de Kapel in gebruik genomen.

De Heilige Geestkapel staat er al heel lang, misschien al van vóór 1300. Oorspronkelijk was het gebouw toegewijd aan de Heilige Nicolaas en daarom wordt het ook nu nog de Sint Nicolaaskapel genoemd.
Op zondag 30 januari 1938 werd door ds. De Groot afscheid genomen van de gemeente te Gorinchem wegens vertrek naar Meerkerk. Er volgde na het vertrek van ds. De Groot een moeilijke tijd. De opkomst van de gemeenteleden was gering.

Met algemene stemmen werd in de ledenvergadering van 27 september 1940 besloten kandidaat G.H. Polman bij acclamatie te beroepen. Op zondag 5 januari 1941 werd kandidaat Polman bevestigd tot predikant van de gemeente Gorinchem. Hij diende de gemeente tot 26 mei 1943. Als beginnend predikant heeft hij het in de gemeente niet gemakkelijk gehad.

Na het vertrek van ds. Polman brak er mede in verband met de oorlogstoestand een zeer onaangename tijd aan. Er was niet voldoende brandstof om de kerk te verwarmen, vandaar dat de diensten op zondag in de consistoriekamer werden gehouden.

Na enkele teleurstellende reacties van beroepen predikanten ontstond er in maart 1946 voor de gemeente een grote verandering. Op zijn verzoek en na goedkeuring van de Kerkenraad sprak br. C. Ouwerkerk op zondag 3 maart 1946 in de avonddienst een stichtelijk woord. In de kerkenraadvergadering van maandag 18 maart 1946 werd besloten een instructie bij de Classis Dordrecht in te dienen met het verzoek, deze broeder volgens de kerkorde te onderzoeken en bij een gunstige uitslag, hem toestemming te verlenen in de gemeente Gorinchem op de zondag een stichtelijk Woord te spreken. De Classis keurde dit verzoek goed onder voorwaarde dat br. Ouwerkerk lekenarbeid zou verrichten en alleen in de eigen gemeente. Br. Ouwerkerk was voorganger van 1946 tot 1960.

Op 13 september 1962 werd een schrijven van de Kerkenraad van Noordeloos ontvangen, waarin werd meegedeeld, dat hij zijn predikant in vrijheid wilden laten om elders een derde predikbeurt te vervullen. Dit was voor de gemeente een belangrijk besluit. Van die tijd af vervulde ds. Kievit in de gemeente elke zondag een middagdienst. Van september 1963 af gaf ds. Kievit in de gemeente ook catechetisch onderwijs. Tevens nam hij op zich om de zieken en bejaarden te bezoeken. In die tijd had Gorinchem dus “een halve predikant”.

In de vergadering van manslidmaten van 12 juli 1964 werd besloten een beroep uit te brengen op kandidaat P. den Butter. Vrij spoedig daarna kwam er een schrijven van kandidaat Den Butter dat hij het beroep met volle vrijmoedigheid wilde aannemen. De bevestiging en intrede vond plaats op 28 oktober 1964 in de Johanneskerk. Aan de Koningin Julianalaan werd een pastorie gekocht. Ds. den Butter diende de gemeente nog geen twee en een half jaar. Tijdens zijn verblijf in Gorinchem was het met ds. Den Butter als Herder en Leraar een goede tijd. In die jaren kwam ook de gehele renovatie van het kerkgebouw tot stand. Op 2 april 1967 nam ds. Den Butter afscheid van de gemeente.

Op zondag 23 juli 1972 werd door de belijdende leden (sinds enkele jaren mochten de vrouwen ook stemmen) besloten om een beroep uit te brengen op ds. de Joode te Rotterdam-Oost. Ds. de Joode nam het beroep naar Gorinchem aan en op 22 november 1972 vond in de Johanneskerk de intrede plaats. De oude pastorie was inmiddels verkocht en het aankopen van een nieuw geschikt pand was, in verband met een beperkt woningaanbod, niet eenvoudig. Vandaar dat het gezin de Joode tijdelijk een huurwoning moest betrekken. Ruim een jaar later werd het pand Koningin Emmastraat 42 als pastorie aangekocht. Ds. de Joode diende de gemeente van 1972 tot 1977. Tijdens deze periode bleef het aantal leden en doopleden vrij constant.

Ook in deze vacante periode van 1977 tot 1982 werden de ochtend- en middagdiensten door de leden vrij goed bezocht.

Na vooraf de nodige informatie te hebben ingewonnen werd in een gemeentevergadering in het voorjaar met algemene stemmen besloten om een beroep uit te brengen op ds. T. Brienen te Kampen. De intrede van ds. Brienen vond plaats op 1 juli 1982 in de Johanneskerk.

Door de komst van ds. Brienen werd het gemeentelijk leven sterk gestimuleerd. De kerkdeuren werden letterlijk opengezet. Er werden open dagen georganiseerd tijdens de braderieën die in Gorinchem eens per jaar werden gehouden. Het winkelend publiek kon dan een kijkje nemen in onze kerk. Tijdens zulke dagen werden er producten van huisvlijt van gemeenteleden ten toon gesteld. Er werden diensten met belangstellenden georganiseerd, waarvoor mensen uit de omgeving van de kerk uitgenodigd werden. Voor zulke diensten werd een koor uitgenodigd om een en ander muzikale luister bij te zetten. Ook werden evangelisatie- en  jeugdwerk sterk door ds. Brienen gestimuleerd.

Eind 1986  bood de burgerlijke gemeente van Gorinchem ons de mogelijkheid het bestaande kerkgebouw, met inbegrip van de toren aan de Arkelstraat, in het centrum van de stad over te nemen voor het symbolisch bedrag van Hfl. 1,00 (zegge één gulden). Het onderhoud van de toren, die uit de 13e eeuw stamt en onder monumentenzorg staat, zou voor rekening blijven van de burgerlijke gemeente. De grond zouden we moeten kopen, echter daar stond tegenover dat we een subsidie zouden krijgen. Het geheel kon worden verbouwd tot kerkzaal en zaalruimte voor diverse gemeentelijke activiteiten.

Eén dag nadat deze beslissing was genomen ging de wind uit geheel andere hoek waaien. Het japonatelier van de firma Dooyes aan de Grote Haarsekade 58 werd te koop aangeboden. Op 29 januari 1986 werd er weer een gemeentevergadering belegd die bezocht werd door 51 leden. Besloten werd met de firma Dooyes in zee te gaan. Op dinsdag 11 februari 1986 werd de koopakte getekend en was “de kogel door de kerk” We waren in het bezit van een eigen kerk, of liever gezegd een gebouw met een ernstig verzakte vloer en een, naar later bleek, te zwakke dakconstructie.

Op 25 september 1996 werd een gemeentevergadering belegd. Eenstemmig kwamen we tot de beslissing het gehele dak in één keer te vervangen. En zo werd het startsein van de operatie “dakhaas” gegeven. Meteen werden acties gestart door diverse commissies om de nodige gelden bijeen te brengen. De eerste dienst onder het nieuwe dak vond plaats op zondag 6 juli 1997.
Er brak een tijd aan van plannen maken en schetsen. Daarna werd er heel wat afgesjouwd. Van het dak moesten de kapspanten versterkt worden waarna het verder afgewerkt kon worden. Er moesten muren gemetseld worden voor de diverse ruimten. Daarna moest er gestuukt, geschilderd en gewit worden, de elektrische leidingen aangelegd, gordijnen genaaid en opgehangen worden, de vloerbedekking gelegd en nog vele dingen meer. Het meeste werk werd gedaan door goedwillende amateurs, gemeenteleden die na hun dagelijkse werk zich ‘s avonds naar de kerk in wording spoedden en daar nog enige uren aan de slag gingen.
In deze periode groeide er een sterke band tussen de mensen die deze taak vrijwillig op zich namen. Uiteindelijk was het op vrijdag 17 maart 1989 zover dat de officiële opening van het kerkgebouw plaatsvond.

Ds. Brienen diende de gemeente tot  de zomer van 1990. Toen aanvaardde hij een benoeming als docent op de Evangelische Hogeschool in Amersfoort. Daartoe werd hij verbonden aan de Christelijke Gereformeerde Kerk van Amersfoort. Hij nam van ons afscheid op zondag 18 november 1990. En daarmee brak weer een vacante periode aan.

Zondag 17 november 1991 werd er gestemd voor een tweetal. De keus van de gemeente viel op ds. N. Ribbers, toen predikant te Meppel. Op 4 december ontvingen we het antwoord van ds. Ribbers. De gemeente had weer een eigen predikant. Ds. Ribbers deed op woensdag 3 juni 1992 intrede.

Nu, met een eigen predikant en een eigen kerkgebouw leek het gemeentelijke leven in een rustiger vaarwater te komen. Weliswaar drukte de financiële last van de aankoop en verbouwing van de kerk zwaar op de gemeente, echter de leden (totaal 255 zielen) gaven gul en telkenmale bleek aan het einde van het jaar dat de geraamde inkomsten gehaald werden. Totdat  in het voorjaar van 1994 de eerste donkere wolken aan het firmament opdoemden. Toen bleek dat het oude, niet aangepaste, deel van de dakconstructie gebreken ging vertonen. Het probleem van de verzakking kon worden opgelost zonder dat ingrijpende maatregelen nodig waren. Hetzelfde dak bleef ons echter bezighouden. Na een paar lekkages op diverse plaatsen en nog een verzakking boven de kerkenraadbanken werd de vraag gesteld of het niet beter was het gehele dak onderhanden te nemen.

Hemelvaartsdag 2003. Ds. Ribbers deelde na de dienst aan de kerkenraad, die op zijn verzoek in de consistorie samengekomen was, mede dat hij door de kerkenraad van de CGK van Papendrecht als enkelvoudig kandidaat aan de gemeente voorgedragen zou worden. De stemming moest op dat moment nog plaatsvinden, deze was gepland ca. 14 dagen later en viel dermate gunstig uit dat ds. Ribbers geen neen kon zeggen tegen het beroep dat op hem werd uitgebracht. De afscheidsdienst van ds. Ribbers vond plaats in de middag van zondag 12 oktober 2003. Twee dagen eerder had hij reeds informeel afscheid genomen van onze gemeente. Wij waren na een periode van ruim 11 jaren weer vacant.

Het duurde tot januari 2005 voor er opnieuw een tweetal gesteld kon worden. De gemeente verkoos Ds. M. Hogenbirk uit Veenendaal. En Ds. Hogenbirk aanvaarde dit beroep. Op 28 augustus werd Ds. M. Hogenbirk bevestigd als predikant van de Christelijk Gereformeerde Kerk Immanuël aan de Grote Haarsekade 58 te Gorinchem. De bevestiging vond plaats in de morgendienst en werd geleid door Ds. R. Van de Kamp uit Hoogeveen.

Ds. Hogenbirk (al snel bekend als dominee Pim) mocht de gemeente voor een periode van 6 jaar dienen. In die periode werd veel werk verzet. De vormgeving van de eredienst werd meer eigentijds, en er ontstond ruimte om andere liederen dan alleen de psalmen te zingen. De gemeente die nu 236 leden telt, is verdeeld in 4 wijken. Het werken met wijkteams werd opnieuw vormgegeven, en elk wijkteam bestaat nu uit een wijkouderling, een wijkdiaken en twee of meer bezoekzusters of- broeders. De gesprekken met de Geref. Kerk Vrijgemaakt leidden er toe dat eind 2009 overgegaan kon worden tot nauwer kerkelijk samenleven met deze kerk. Helaas kon dit nog niet met de Ned. Geref. Kerk; daarmee werd wel plaatselijk eenheid beleefd, maar landelijke regelingen maakten het onmogelijk die eenheid te effectueren. Zo zagen we op veel gebieden een zegen op het werk dat werd verzet. Uiteindelijk kwam er in 2011 een beroep voor onze predikant vanuit Aalsmeer. Ds. Hogenbirk besloot de roeping te volgen en op 28 augustus 2011 nam hij afscheid van de gemeente. Daarmee brak een nieuwe vacante periode aan.

Andere links onder dit hoofdstuk: